Verborgen talenten

Het was weer eens echte, ik heb het over de winter van 2012-2013. Er kwam bijna een Elfstedentocht maar na een bloedstollende persconferentie bleek toch van niet. Uiteraard kon er in de rest van het land wel massaal geschaatst worden en zag ik iedereen idyllisch over de bevroren watertjes glijden terwijl ik er Bambi-stijl op schoenen overheen zwabberde.
Dit jaar wilde ik dat natuurlijk niet nog een keer meemaken dus kochten Eric en ik heel romantisch twee paar dezelfde schaatsen. Ik hield de weerberichten vervolgens nauwlettend in de gaten, in de hoop dat de cijfers in de min zouden duiken en ik mijn nieuwe hobby kon gaan uitoefenen. Ik hou dus absoluut niet van kou en de winter staat onderin mijn top vier van favoriete seizoenen, toch vind ik bevroren water een magisch fenomeen.
Helaas bleven de cijfers deze winter ver boven nul en met tranen in mijn ogen wilde ik mijn schaatsen ongebruikt toch maar in het vet zetten. Totdat…we bedachten dat er ook nog zoiets bestaat als een ijsbaan. Iets minder idyllisch maar wel de enige manier om aan den lijve te ondervinden hoe het ook alweer voelt om over water te glijden. Dat was namelijk toch minimaal 10 jaar geleden.
En zo geschiedde dat we bij tien graden boven nul onze ijzers onder bonden en ons op glad ijs begaven. Veel te dik aangekleed natuurlijk want ijs is koud dus moet je veel kleren aan. Ik was oprecht een klein beetje zenuwachtig want zou ik het nog wel kunnen? Zou ik het wel leuk vinden? Zou ik niet tegen iedereen aanbotsen? Zou ik niet over het ijs zwabberen als Bambi met schaatsen aan? En zou er niemand over mijn hand heen schaatsen als ik val? Dat was denk ik nog wel mijn grootste angst want dat beeld komt altijd in mijn hoofd op als het om schaatsen gaat. Schaatsen zijn namelijk eigenlijk gewoon hele grote messen. Nu kan ik jullie alvast verklappen dat het antwoord op die laatste vraag ‘nee’ is.

Wat er wel gebeurde is het volgende. Zodra ik op het ijs stapte voelde ik me als een vis in het water, of nou ja, een vis óp het water maar dan dus geen vis, afijn.
Ik schaatste direct weg zonder enige Bambi-achtige taferelen mijnerzijds. Helaas kon ik dit niet over het voltallige gezelschap zeggen maar dat terzijde.
Het bleek dus dat ik, na jaren zonder ondergebonden ijzers, me nog altijd prima uit de voeten kon maken met. Vijfentwintig rondjes, nul valpartijen verder en weer thuis op de bank begon ik er wat meer over na te denken. Want wat als ik vroeger naast een ijsbaan was opgegroeid en op mijn vierde was begonnen met schaatsles? Hoe ver had ik het dan kunnen schoppen op professioneel schaatsgebied?  Op basis van mijn recente ervaringen denk ik dus best wel ontzettend ver.
En dat is dan waarschijnlijk nog maar het topje van de ijsberg. Misschien ben ik nog wel veel beter in hoog- dan wel verspringen, fierljeppen, K-1 of curling. Om maar wat te noemen natuurlijk want hoe weet je nou of je ergens in uitblinkt als je er nog nooit mee in aanraking bent geweest. Aan de andere kant is het ook vrijwel onmogelijk om overal mee in aanraking te komen en is het ook geen probleem om te doen waar je plezier in hebt, zonder dat je er een uitzonderlijk talent voor blijkt te hebben. Zolang je er niemand mee lastig valt uiteraard.

Het ontplooien van een talent is in mijn ogen dus eigenlijk een beetje hetzelfde als het vinden van de juiste man. Er zijn verschillende opties en voor iedereen minimaal één maar het is lastig om de juiste te vinden. Je moet hem maar net tegen het lijf lopen.
Ik ga in ieder geval nog even verder zoeken want wie weet vind ik er nog een paar. Verborgen talenten dan natuurlijk.

talent

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *