Road trip – part VI

We verlieten het heerlijke Airlie Beach en verruilden het voor Cardwell. Een random gekozen dorpje wat op een mooie afstand lag tussen twee bestemmingen in. We hebben die dag een uur of zes gereden maar kwamen nog redelijk vroeg in de middag aan in Cardwell.
De zee was hier echt een ‘no go area’ want behalve stingers was het ook het domein van krokodillen. De zee zag er ook niet heel erg aantrekkelijk uit dus op zich geen hele grote straf.
Naar mate we noordelijker gaan loopt de temperatuur steeds een beetje op dus verkoeling was wel gewenst. In Cardwell vonden we die in de vorm van natuurlijke baden. De eerste was prachtig en beschikte, met een beetje fantasie, zelfs over een jacuzzi. We vergaten ons alleen in te smeren met anti-muggenspul dus de pret was van korte duur.

Spa pool Cardwell

De tweede swimming hole hebben we vanaf de kant bekeken. Er bleken prikvissen in te zitten. Wel zagen we er een heel klein schattig schildpadje in spartelen.

Vanuit Cardwell vervolgden we het laatste stukje van onze reis naar Port Douglas. Dit is de place to be als je het Daintree National Park wil bezoeken en dat is precies wat wij willen. Nou ja, ik wil het maar gedeeltelijk want het is een regenwoud en regenwoud = insecten = niet per se wat ik wil.
We kwamen hier, na een prachtige route langs de kust, aan op Goede Vrijdag en dat is hier een nationale feestdag. Het paasweekend wordt hier volgens mij een behoorlijk stuk uitgebreider ‘gevierd’ dan in Nederland. Er bestaat zelfs een ‘Easter Tuesday’. In ieder geval is bijna alles dicht en is iedereen vrij. Gevalletje oorzaak, gevolg wellicht.

Wij maakten er een goede vrijdag van en hebben zelfs in zee gezwommen. Nee hoor moeders, niet gevaarlijk, we zwommen in een stuk zee wat was afgezet met netten. Dit zou de stingers buiten moeten houden maar ik vond de netten nog best wel grof voor beestjes die met het blote oog nauwelijks te zien zijn.
Verkoeling bracht het nauwelijks, het zeewater is hier namelijk, let wel, achtentwintig graden celsius! Het is eigenlijk alsof je in een hele grote bak lauwe pis zwemt, ik hou er persoonlijk wel van.

’s Avonds op de camping zaten we buiten aan de pre-dinner borrel toen Eric opeens als een malloot foto`s begon te maken van een overvliegende zwerm vogels. ‘Waarom maak je foto`s van vogels?’, vroeg ik hem. ‘Vogels? Kijk maar eens goed knapie’, was zijn antwoord. Dit zijn geen vogels dit zijn honderden vleermuizen. En warempel hij had gelijk, het waren er alleen geen honderden, geen duizenden maar misschien wel tien dan wel honderdduizenden. Tien minuten lang was de lucht gevuld met overvliegende vleermuizen. Een bijzonder fenomeen.

Vleermuizen

Zaterdag hebben we, zoals wellicht verwacht, doorgebracht in het Daintree National Park, tevens het noordelijkste punt van onze trip. In het park zijn verschillende wandelingetjes aangelegd, zogenaamde boardwalks. Ondanks dat ik me in het regenwoud niet helemaal op mijn gemak voel waren die boardwalks wel prima. De kans dat je tijdens zo`n wandeling in een enorm spinnenweb loopt is namelijk nihil. Wel had ik tijdens de eerste wandeling van ongeveer één kilometer iets te weinig antimuggenspul op en daar ben ik keihard op afgestraft. Ik schat de score op zo`n vijftig bulten waarvan een kleine twintig op het onbereikbare stuk van mijn rug.

In het Daintree National Park leven Cassowaries, wij hadden er nog nooit van gehoord -en de spellingscheck ook niet- maar het scheen bijzonder te zijn als je er een tegenkwam omdat ze zich niet zo graag laten zien.
Het zijn soort grote, niet vliegende, vogels die ook gevaarlijk kunnen zijn. Op zoek naar de Cassowary dus. Eerst kwamen we nog een soort muisachtige kleine kangoeroe tegen en Eric verwonderde zich nog over allerlei bijzondere vliegende engerds maar toen was daar de Cassowary, hij was enorm en hij had ook enorm veel kleur. Het was wat ik zou noemen een echte paradijsvogel maar geen vriendelijke. Hij had ook nog een kleintje mee en leek zich niet aan ons te storen. Gelukkig maar want ze schijnen dus te kunnen aanvallen. Het was een heel bijzonder dier om te zien.

Cassiowarie
We bezochten ook Cape Tribulation, een van de plekken waar het regenwoud de oceaan ontmoet. Er was een mooi strand wat bezaait leek met glitters. Ik dacht eerst dat iemand echt een potje glitters had laten vallen maar toen het hele strand ermee vol bleek te liggen heb ik dat idee maar laten varen.

strand cape tribulation

Als afsluiter van ons dagje muggen, rare kippen en de meeste vreemde bomen en planten deden we een krokodillencruise. We wilden ze nu toch wel een keer in het echt zien. De (na)zomer blijkt niet de beste tijd om krokodillen te spotten want ze gaan meestal in de zon liggen om op te warmen en in deze tijd van het jaar hebben ze het al warm genoeg door de temperatuur van het water. Desalniettemin is het natuurlijk superspannend om op een krokodillenrivier te speuren naar hongerige ogen.
Uiteindelijk zagen we er twee op de rivieroevers liggen. Eén ‘kleintje’ van twee jaar oud en één grotere van zo`n tweeënhalve meter.

krokodil

Terug op de camping hebben we nogmaals naar de vleermuizenshow gekeken en werden we, als kers op de taart, ook nog getrakteerd op een maansverduistering.

port douglas cairns

Vandaag zijn we weer over de prachtige kustweg teruggereden naar Cairns. Ons eindpunt voordat we weer naar het beginpunt gaan. Dat is wel echt jammer maar gelukkig hebben we nog een aantal dagen te gaan voordat het echt is afgelopen. Morgen doen we ons laatste boottripje en het lijkt er zowaar op dat het een prachtige dag gaat worden. Ook gaan we een introductie duik doen dus we hebben er enorm veel zin in. Nog even genieten van het mooie reef.

2 thoughts on “Road trip – part VI

  1. Ziet er allemaal fantastisch uit zeg.
    Geniet nog van de laatste daagjes en een goed terugreis toegewenst.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *