Road trip – part III

Spoiler alert! Geen autopech deze keer. Wel héél erg veel regen. Ik denk niet dat ik het ooit zo hard heb zien en horen regen als de afgelopen dagen. De bus moest er een beetje van lekken. Dus eigenlijk toch kleine autopech maar dat neem ik hem niet kwalijk want ik zou het ook niet droog houden in zulke buien.

Het begon vrijdagavond met miezeren en zaterdagochtend miezerde het nog steeds. We vertrokken vanuit Seal Rocks richting Coffs Harbour. Een strandplaats maar aangezien het geen strandweer was hadden we twee keuzes; kilometers maken en zo ver mogelijk doorrijden óf een stukje het binnenland in om een toeristische route te rijden en een regenwoud te bezoeken. Wij kozen, toepasselijk bij het weer, voor de laatste optie.

Onderweg bezochten we het Koala Hospital in Port Macquarie. Daar zaten tientallen koala’s die door urbanisering en ziektes niet langer voor zichzelf konden zorgen. Sommige voor altijd, anderen gelukkig tijdelijk. Een veel voorkomende ziekte is de Wet Bottom ziekte dat is eigenlijk gewoon chlamydia en kan dodelijk zijn voor koala`s in combinatie met stress. Heel zielig allemaal maar wel fijn om te zien dat er daar goed voor ze gezorgd wordt.

koalo hospital port maquarie

We vervolgden onze weg richting Dorrigo National Park, het liep uiteraard alweer tegen het einde van de middag en we hadden nog geen camping. Er was ook niet veel aanbod dus toen we om half zes een camping tegenkwamen hadden we geen andere keuze dan daar te overnachten. Je mag op zich op veel plekken ook wildkamperen maar aangezien ik niet zo`n goede wildplasser ben vind ik dat geen geschikte optie. Het werd dus deze, vrij karige, camping.
Het had de hele dag af en aan, hard dan wel zacht geregend met hele korte droge periodes. Het werd dus een avondje gezellig in het campertje. Gelukkig hadden we nog een flinke lading films mee dus te vervelen hoefden we ons niet. Ik zag het wel zitten eigenlijk.
Na het, tevens vrij karige, diner ging ik even de afwas doen en plassen. Ik heb mezelf de afgelopen dagen geleerd om niet teveel op insectachtige beesten te letten in toiletgebouwen want dan maak ik het mezelf alleen maar lastiger. Ik check dus enkel even of de nabije omgeving veilig is en dan ga ik rustig mijn gang. Zo ook nu, de afwas was gedaan en ik moest nog even plassen. Ik liep de damestoiletten in, bewonderde de tropische begroeiing die van buiten naar binnen groeide en koos het middelste toilet. Keek even naar de vloer en de muur achter het toilet om te kijken of er geen gevaar op de loer lag in de vorm van enge beesten. Mijn oog speurde de muur nog net iets hoger af dan dat het hokje was en daar zat hij, de grootste spin die ik ooit in mijn leven in levende lijve heb gezien. Nu ik dit typ krijg ik gewoon weer de rillingen. Ik gok zijn lichaam alleen op een centimeter of tien.
Wat moest ik doen? Ik moest heel nodig plassen en het regende hartstikke hard. Wat waren mijn opties? Ik had geen opties. Dit lukte me echt niet alleen. Ik pakte de schone vaat en liep vliegensvlug terug naar de bus. Zodra ik mijn verhaal begon te doen stroomde de tranen over mijn wangen, paniek alom. Eric moest met me mee zodat ik rustig kon plassen. Bij de mannen uiteraard, met de deur open en nadat hij een uitvoerige insecten inspectie had uitgevoerd.
Ik heb de rest van de avond niets meer gedronken omdat ik veel te bang was dat ik dan midden in de nacht nog een keer zou moeten. Ik ben trouwens ook niet meer in de damestoiletten geweest.
Call me een aansteller maar ik ben gewoon serieus heel erg bang voor spinnen en dat is dat.

De volgende ochtend wilde ik het liefst zo snel mogelijk van de spinnencamping af. Het regende nog altijd en het uitzichtpunt over het regenwoud was bedekt met wolken. We besloten droog te blijven en direct door te rijden in de richting van de kust. De meest logische weg daar naartoe bleek een onverharde kronkelweg vol gaten. Dat was van de kaart niet af te lezen en het was aan de borden te zien ook een ‘gewone’ weg.
Gelukkig is de camperbus aan alle kanten verzekerd dus wij vonden het helemaal prima. Het was een prachtig mooie route dwars door het Dorrigo National Park. We waren echt op avontuur en gelukkig was op dat stuk ook net even droog anders was het nog wel een tikkie spannender geweest.

Dorrigo National Park
Toen we weer in de bewoonde wereld kwamen begon het als een gek te regenen. Er waren zelfs wegen afgesloten omdat de plassen te diep waren om nog doorheen te rijden met de auto. Echt héél  véél water. Wij konden alleen maar hopen dat het aan de kust wat beter was. Onze eindbestemming van die dag was Byron Bay. We hadden van tevoren een camping opgezocht, ze hadden nog één plek maar de prijs overtrof die van alle vorige campings. We zijn duidelijk in het vakantiegebied gekomen. Wij hadden geen zin om verder te zoeken en besloten de dure plek gewoon te nemen. Gelukkig was het inmiddels ook gestopt met regenen maar aan de lucht te zien zou dit niet heel lang hoeven duren.
De camping was prachtig en lag direct aan het strand. De toiletgebouwen beschikken over een vliegenlamp en zijn hermetisch afgesloten met toegangscodes. Via het strand loop je in tien minuten naar het gezellige dorpje. Gezellige dorpjes zijn schaars in Australië hebben wij geconstateerd. De meeste dorpjes zijn allemaal hetzelfde en allemaal de moeite van het stoppen niet waard. Behalve als je boodschappen nodig hebt.
Maar hier hangt een leuke sfeer. En het bleef zelfs een hele tijd droog. We hebben tot een uur of tien buiten kunnen zitten totdat het wederom ging regenen.
Het begon met lieve kleine druppeltjes maar ’s nachts brak de hel los. Ik dacht dat we zouden verdrinken of in ieder geval dat de camper weg zou spoelen. Niet normaal. Nee, echt niet. Rond een uur of half zes werd ik er wakker van. Natuurlijk moest ik ook gelijk plassen. Dat was geen optie want de tien meter naar het toiletgebouw zouden me doorweken. Ik wachtte in de hoop dat het iets rustiger zou worden. Ondertussen ontdekte ik een lekkage aan de achterkant van de bus. Niks ergs gelukkig, gewoon af en toe een drupje. Toen het wat rustiger leek trok ik een sprintje naar de toiletten. Er waren overal kleine riviertjes ontstaan maar wist ze vakkundig te ontwijken en belandde vrij ongeschonden weer in de bus.
Ik kon niet echt meer slapen maar deed wel net alsof en toen Eric een paar uur later de gordijnen opendeed zag hij warempel blauwe stukken lucht. Het bleek toch geen zondvloed .

We konden weer heerlijk buiten te ontbijten en de blauwe stukken werden alsmaar groter. We besloten gewoon nog een nachtje op deze camping te blijven want het zag er allemaal heel rooskleurig uit.
Je kunt hier een wandeling maken naar het meest oostelijke puntje van Australië en dat was precies wat we gingen doen. Zodra we begonnen te lopen loste alle wolken boven ons op en liep de temperatuur snel op. Dat in combinatie met een behoorlijk aantal trappen en een hoge luchtvochtigheid maakte de wandeling een flinke work out. Maar, dat was het zeker waard want oh oh oh wat was het weer prachtig. Al snel zagen we een schildpadsilhouet in zee en niet veel later zagen we een groep van zo`n zes dolfijnen spelen in de zee.

Dolfijnen
Ze zaten echt heel erg dicht bij de surfers. Fantastisch. Het was een stuk Australië wat we echt niet hadden willen missen en iedereen zouden aanraden. De rest van de dag hebben we lekker op het strand vertoeft en genoten van de zon. Morgen zouden we eigenlijk richting Brisbane vertrekken maar we hebben besloten dat, als het weer nog steeds goed is, we lekker nog een dagje hier op deze fijne camping blijven. Heerlijk.

Byron Bay

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *